Juridische mededeling | Nieuw op EUROPA | Index | Over de EUROPA-website | Vraagbaak | Zoeken | Contact
Europa in 12 lessenSla taalkeuzebalk over (sneltoets: 2)
EUROPA > De EU in het kort > abc > Europa in 12 lessen > les 7

De EU in het kort

 Welkomstpagina
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
De Economische en Monetaire Unie (EMU) en de euro
  • De euro is de gemeenschappelijke munt van de Europese Unie.Twaalf van de vijftien landen die er toen waren, namen de munt in 1999 aan voor niet-contante transacties en in 2002, toen euro-bankbiljetten en -munten werden uitgegeven, voor alle betalingen.
  • Drie landen (Denemarken, Zweden en het Verenigd Koninkrijk) stapten niet in deze monetaire unie.
  • De nieuwe lidstaten bereiden zich voor om, zodra zij de voorwaarden vervullen, tot de eurozone toe te treden.
  • De lidstaten streven, parallel met het doel van monetaire stabiliteit waar de Europese Centrale Bank bevoegd voor is, naar hogere groei en economische convergentie.

 

I. De geschiedenis van de monetaire samenwerking

(a)  Het Europees Monetair Stelsel (EMS)

In 1971 besloten de Verenigde Staten een einde te maken aan de koppeling tussen de dollar en de officiële goudprijs die na de tweede wereldoorlog voor wereldwijde monetaire stabiliteit had gezorgd. Dit betekende het einde van het stelsel van vaste wisselkoersen. De landen van de Europese Unie besloten, met het oog op de oprichting van een eigen monetaire unie, schommelingen van meer dan 2,25% van de wisselkoersen tussen de Europese munteenheden te vermijden door een gezamenlijk ingrijpen op de valutamarkten.

Dit leidde tot de oprichting van het Europees Monetair Stelsel ( EMS ) dat in maart 1979 operationeel werd. Het had drie belangrijke kenmerken:

  • een referentievaluta, de "ecu" genaamd: dit was een "korf" die uit de valuta van alle lidstaten bestond;
  • een wisselkoersmechanisme:iedere munteenheid had een wisselkoers die aan de ecu was gekoppeld;de bilaterale wisselkoersen mochten binnen een marge van 2,25% fluctueren;
  • een kredietmechanisme: Ieder land hevelde 20% van zijn valuta- en goudreserves over naar een gemeenschappelijk fonds.

De markt van Ljubljana © Getty images
De marskramers van Ljubljana zijn op 1 januari 2007 van de Sloveense tolar
op de euro overgeschakeld.

(b)  Van het EMS naar de EMU

Het EMS kende een wisselend succes. Na de hereniging van Duitsland en toen Europese valuta opnieuw onder druk kwamen te staan, stapten de Italiaanse lire en het Britse pond in 1992 uit het EMS. In augustus 1993 besloten de landen van het EMS tijdelijk de marges tot 15% te verruimen.Ondertussen hadden de regeringen van de EU, om grote valutaschommelingen tussen de Europese valuta en competitieve devaluaties te vermijden, besloten nieuwe stappen te zetten in de richting van een volwaardige muntunie en de invoering van een gemeenschappelijke munt.

Op de Europese Raad van juni 1989 te Madrid werd een driestappenplan voor een economische en monetaire unie aangenomen. Dit plan werd een onderdeel van het Verdrag van Maastricht betreffende de Europese Unie dat in december 1991 door de Europese Raad werd aangenomen.

II. De Economische en Monetaire Unie (EMU)

(a)  De drie eerste fases

De eerste fase, die op 1 juli 1990 begon, omvatte:

  • volledig vrij verkeer van kapitaal binnen de Europese Unie (de afschaffing van de deviezencontroles);
  • een verhoging van de middelen voor het wegnemen van ongelijkheden tussen Europese regio's (de structuurfondsen);
  • economische convergentie, door multilateraal toezicht op het economisch beleid van de landen van de Unie.

De tweede fase begon op 1 januari 1994.Deze omvatte:

  • de oprichting van het Europees Monetair Instituut (EMI) te Frankfurt;het EMI was samengesteld uit de gouverneurs van de centrale banken van de landen van de Europese Unie;
  • de onafhankelijkheid van de nationale centrale banken;
  • voorschriften om nationale begrotingstekorten te bedwingen.

De derde fase was de geboorte van de euro. Op 1 januari 1999 stapten 11 landen over op de euro, die zo de gemeenschappelijk munt werd van België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk, Portugal en Spanje (Griekenland volgde op 1 januari 2001). De Europese Centrale Bank nam vanaf dat moment de plaats in van het EMI en werd verantwoordelijk voor het monetaire beleid, dat wordt opgesteld en uitgevoerd in euro.

Op 1 januari 2002 werden in de twaalf landen van de eurozone eurobankbiljetten en -muntstukken ingevoerd.De nationale valuta werden twee maanden later uit de omloop genomen.Sedertdien geldt alleen nog de euro als wettig betaalmiddel voor contante en niet-contante betalingen in de landen van de eurozone, waar meer dan tweederde van de bevolking van de Europese Unie woont.

(b)  De convergentiecriteria

Voor de derde fase moet ieder land van de Europese Unie aan de vijf convergentiecriteria voldoen. Het betreft:

  • prijsstabiliteit: de inflatie mag ten hoogste 1,5% hoger liggen dan in de drie lidstaten met de laagste inflatie;
  • rente:de lange rente mag niet meer dan 2% afwijken van de gemiddelde rente van de drie lidstaten met de laagste rente;
  • begrotingstekorten: het tekort op de nationale begroting moet minder dan 3% van het BBP bedragen;
  • overheidsschuld: deze mag niet meer dan 60% van het BBP bedragen;
  • wisselkoersstabiliteit:de wisselkoersen moeten de vorige twee jaar binnen de toegelaten marge zijn gebleven.

Eurobankbiljetten en -munten © Van Parys Media
De euro: de gemeenschappelijke munt van meer dan 310 miljoen mensen
in de Europese Unie.

(c)  Het stabiliteits- en groeipact

In juni 1997 heeft de Europese Raad een stabiliteits- en groeipact aangenomen. Dit was de uiting van het voornemen permanent naar begrotingsstabiliteit te streven en voerde de mogelijkheid in boetes op te leggen aan ieder land uit de eurozone waarvan het begrotingstekort meer dan 3% bedroeg. Het pact werd uiteindelijk te streng bevonden en werd in maart 2005 hervormd.

(d)  De Eurogroep

De Eurogroep is een informeel orgaan waarin de ministers van Financiën uit de eurozone bijeenkomen. Deze bijeenkomsten zorgen voor een betere coördinatie van het economisch beleid, voor controle op het begrotings- en financieel beleid van de landen van de eurozone en voor de vertegenwoordiging van de euro in internationale monetaire fora.

(e)  De nieuwe landen van de Europese Unie en de EMU

De nieuwe landen van de Europese Unie zullen allen de euro invoeren, wanneer zij aan de criteria kunnen voldoen: Slovenië was het eerste van de in 2004 toegetreden landen om dit te doen. Op 1 januari 2007 is dit land toegetreden tot de eurozone, gevolgd door Cyprus en Malta in 2008 en Slowakije in 2009.

Juridische mededeling | Nieuw op EUROPA | Index | Over de EUROPA-website | Vraagbaak | Zoeken | Contact | Naar boven