Juridische kennisgeving | Nieuws | Index | Over EUROPA | FAQ | Zoeken | Contact
Europa in 12 lessenSla taalkeuzebalk over (sneltoets: 2)
EUROPA > De EU in het kort > Europa in 12 lessen > les 3

De EU in het kort

 Welkomstpagina
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Uitbreiding en nabuurschapsbeleid
  • De Europese Unie staat open voor alle Europese landen die aan de democratische, politiek en economische eisen voldoen.
  • Na meerdere uitbreidingen is het aantal leden van de EU van zes tot zeventwintig gegroeid. Verscheidene andere landen zijn kandidaat voor toetreding.
  • Als een nieuw land wil toetreden, moeten alle EU-landen daarmee instemmen. Ook zal de EU vooraf nagaan of zij in staat is nieuwe leden op te nemen en of de EU na de uitbreiding nog goed bestuurd kan worden.
  • De geslaagde uitbreidingen hebben de democratie versterkt, Europa veiliger gemaakt en het potentieel voor handel en economische groei doen toenemen.

 

I. Een continent samenbrengen

(a)  Een unie met 27 leden

In december 2002 te Kopenhagen nam de Europese Raad een van de meest gedenkwaardige beslissingen uit de hele geschiedenis van de Europese eenwording. Door op 1 mei 2004 tien nieuwe landen in de EU op te nemen, breidde de Europese Unie niet alleen haar oppervlak en inwonertal uit, maar maakte zij ook een einde aan de breuk die ons continent sinds 1945 verdeelde in een vrije en een communistische wereld.

Deze vijfde uitbreiding van de EU had dus een politieke en morele lading.Hierdoor konden Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en Tsjechië, landen die niet alleen qua geografische ligging maar ook qua cultuur, geschiedenis en ambities even Europees zijn als de andere, zich weer bij de democratische Europese familie voegen. Zij nemen nu deel aan het grote project dat de grondleggers van de EU voor ogen stond.

(b)  Toekomstige uitbreidingen

Bulgarije en Roemenië werden in 1995 kandidaat-lidstaten.Voor deze beide landen duurde het proces langer dan voor de andere tien, maar zij traden uiteindelijk op 1 januari 2007 toe en brachten daarmee het aantal EU-landen op 27.

(c)  Kandidaat-lidstaten

Turkije, een lid van de NAVO dat al lang een associatieovereenkomst met de EU heeft, vroeg in 1987 het lidmaatschap aan. De EU heeft echter wegens de geografische ligging en de politieke geschiedenis van het land lang geaarzeld over dit verzoek. In oktober 2005 zijn de toetredingsonderhandelingen met Turkije eindelijk begonnen. Tegelijkertijd begonnen ook onderhandelingen met Kroatië, een ander kandidaat-lid . Tot dusver is geen datum vastgesteld waarop, na het afronden van de toetredingsonderhandelingen, een toekomstig toetredingsverdrag voor die twee landen in werking zou kunnen treden.

(d)  Westelijke Balkan

De landen op de Westelijke Balkan maakten voor het merendeel ooit deel uit van Joegoslavië. Zij richten nu hun hoop op de Europese Unie om hun economische wederopbouw te versnellen, hun door etnische en religieuze oorlogen gehavende onderlinge betrekkingen te verbeteren en hun democratische instellingen te consolideren. De EU heeft in november 2005 het statuut van kandidaat-lidstaat toegekend aan de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Andere potentiële kandidaat-lidstaten zijn Albanië, Bosnië en Herzegovina, Montenegro en Servië.

II. Voorwaarden voor lidmaatschap

(a)  Wettelijke vereisten

De Europese integratie is altijd een politiek en economisch proces geweest dat open staat voor alle Europese landen die bereid zijn de oprichtingsverdragen te tekenen en de volledige wet- en regelgeving van de EU over te nemen. Krachtens artikel 237 van het Verdrag van Rome kan elke Europese Staat verzoeken lid te worden van de Gemeenschap.

Artikel F van het Verdrag van Maastricht voegt daaraan toe dat de lidstaten moeten beschikken over "regeringsstelsels die op democratische beginselen gebaseerd zijn".

(b)  De criteria van Kopenhagen

De Europese Raad heeft in 1993, nadat de voormalige communistische landen hadden gevraagd tot de Unie te mogen toetreden, drie toetredingscriteriaDeutshEnglishFrançais vastgesteld: op het moment van toetreding moeten de nieuwe lidstaten:

  • stabiele instellingen hebben die de democratie, de rechtsorde, de mensenrechten en het respect voor en de bescherming van minderheden garanderen;
  • een functionerende markteconomie hebben en het hoofd kunnen bieden aan de concurrentiedruk en de marktkrachten binnen de EU;
  • in staat zijn te voldoen aan de verplichtingen die het lidmaatschap met zich meebrengt, waaronder steun aan de doelstellingen van de EU.Zij moeten overheidsinstellingen hebben die in staat zijn de EU-wetgeving toe te passen en te handhaven.

(c)  Het toetredingsproces

De toetredingsonderhandelingen worden gevoerd tussen iedere kandidaat-lidstaat en de Europese Commissie, als vertegenwoordiger van de EU. Na die onderhandelingen moet de beslissing over de toetreding van een nieuw land in de Raad door alle landen die al lid zijn bij unanimiteit worden goedgekeurd. Het Europees Parlement moet met de toetreding instemmen, met een positieve stem van de absolute meerderheid van haar leden. Alle toetredingsverdragen moeten daarna door de lidstaten en de kandidaatlidstaten worden geratificeerd volgens de procedures die hun grondwet voorschrijft.

Om hen beter in staat te stellen economische achterstand in te halen, ontvangen de kandidaat-lidstaten tijdens de jarenlange onderhandelingen EU-steun. Bij de uitbreiding met tien landen in 2004 ging het over een pakket van 41 miljard euro, vooral gericht op het financieren van structuurprojecten die de nieuwkomers in staat moeten stellen de verplichtingen van het lidmaatschap te vervullen.

III. Hoe groot mag de EU worden?

(a)  Geografische limieten

Toen de EU groeide tot 25 en later tot 27 leden, hebben de lidstaten een nieuw kader voor de verdragen voorbereid om ervoor te zorgen dat de Unie efficiënt en democratisch kon functioneren. Tijdens dit proces werd duidelijk dat veel Europeanen zich zorgen maakten over de definitieve grenzen van de Europese Unie en over haar identiteit. Op die vragen bestaat geen eenvoudig antwoord, in het bijzonder omdat ieder land zijn geopolitieke of economische belangen anders ziet. De Baltische landen en Polen pleiten voor de toetreding van Oekraïne. De mogelijke toetreding van Turkije zal het probleem aan de orde brengen van de status van sommige landen in de Kaukasus, zoals Georgië en Armenië.

De haven van Dubrovnik in Kroatië © Van Parys Media
Dubrovnik in Kroatië, "Parel van de
Adriatische Zee".

Hoewel zij aan de voorwaarden voor lidmaatschap voldoen, zijn IJsland, Noorwegen, Zwitserland en Liechtenstein geen lid van de Europese Unie omdat de bevolking in die landen daar momenteel tegen is.

De geopolitiek situatie in Wit-Rusland en de strategische ligging van Moldavië zorgen nog steeds voor problemen. Het is duidelijk dat een Russisch lidmaatschap onaanvaardbare onevenwichten binnen de Europese Unie zou teweegbrengen, zowel politiek als geografisch.

(b)  Administratieve beperkingen

Verder stellen de huidige voorschriften over het lidmaatschap uit het Verdrag van Nice van 2003 het institutioneel kader vast voor een Unie met niet meer dan 27 lidstaten. Om dat aantal te overschrijden zal een nieuwe intergouvernementele overeenkomst over de betrekkingen tussen de lidstaten binnen de instellingen nodig zijn.

Met meer dan 30 landen zal het voor de Unie moeilijker zijn om volgens de grondbeginselen van de verdragen te functioneren (zie hoofdstuk 4: "Hoe werkt de Europese Unie?"). De besluitvormingsprocedures zouden grondig moeten worden herzien om verlamming te vermijden en ervoor te zorgen dat de EU nog steeds kan optreden.

Er zijn daarnaast ook onderwerpen die gevoelig liggen, zoals het gebruik van de officiële talen. Door de toetreding van Bulgarije en Roemenië werd het aantal officiële talen op 23 gebracht. De uitbreiding van de EU mag er niet toe leiden dat de burgers het gevoel krijgen dat door een gestandaardiseerde EU afbreuk wordt gedaan aan hun nationale en regionale identiteiten.

IV. Kandidaat-lidstaten en staten die dat niet zijn

De Europese Unie heeft twee parallelle manieren om haar betrekkingen met naburige landen te regelen, naargelang die al dan niet op de huidige lijst van potentiële kandidaat-listaten staan.

  • Stabilisatie- en associatieovereenkomsten maken het voor een land mogelijk om aan het eind van het onderhandelingsproces hun kandidatuur voor het EU-lidmaatschap te stellen. De eerste dergelijke overeenkomsten waren met Kroatië en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Vervolgens was het de beurt aan Albanië.Andere potentiële kandidaten in dit verband zijn Bosnië en Herzegovina, Montenegro en Servië.
  • In het kader van haar nabuurschapsbeleid heeft de EU handels- of samenwerkingsovereenkomsten met niet-lidstaten ten zuiden van de Middellandse Zee en in de zuidelijke Kaukasus, alsook met landen uit Oost-Europa waarvan nog geen duidelijkheid bestaat over hun toekomstige betrekkingen met de Europese Unie.
Juridische kennisgeving | Nieuws | Index | Over EUROPA | FAQ | Zoeken | Contact | Naar boven