Juridische kennisgeving | Nieuws | Index | Over EUROPA | FAQ | Zoeken | Contact
Europa in 12 lessenSla taalkeuzebalk over (sneltoets: 2)
EUROPA > De EU in het kort > Europa in 12 lessen > Belangrijke data in de geschiedenis van de Europese integratie

De EU in het kort

 Welkomstpagina
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
Belangrijke data in de geschiedenis van de Europese integratie

1950

9 mei

Robert Schuman, minister van Buitenlandse Zaken van Frankrijk, houdt een belangrijke door Jean Monnet geïnspireerde toespraak. Hij stelt voor dat Frankrijk en de Bondsrepubliek Duitsland hun krachten bundelen op het gebied van kolen en staal, binnen een organisatie waartoe ook de andere landen van Europa kunnen toetreden..

Aangezien deze dag als de geboortedag van de Europese Unie kan worden beschouwd, is 9 mei tegenwoordig een feestdag: "Europadag".

1951

18 april

In Parijs ondertekenen zes landen - België, Duitsland (Bondsrepubliek), Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland - het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS). Het Verdrag wordt op 23 juli 1952 van kracht, voor een periode van vijftig jaar.

1955

1-2 juni

De ministers van Buitenlandse Zaken van de Zes, in conferentie bijeen te Messina, besluiten om de Europese integratie uit te breiden tot alle economische sectoren.

1957

25 maart

De Zes ondertekenen in Rome de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap (EEG) en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie (Euratom). De Verdragen treden op 1 januari 1958 in werking.

1960

4 januari

Op initiatief van het Verenigd Koninkrijk wordt in Stockholm de Europese Vrijhandelsassociatie (EVA) opgericht, bestaande uit een aantal Europese landen die geen lid van de EEG zijn.

1963

20 juli

In Yaoundé sluiten de EEG en achttien Afrikaanse landen een associatieovereenkomst.

1965

8 april

Er wordt een Verdrag ondertekend waarbij de uitvoerende organen van de drie Gemeenschappen (EGKS, EEG en Euratom) worden gefuseerd en één Raad en één Commissie worden ingesteld. Het wordt op 1 juli 1967 van kracht.

1966

29 januari

Na een politieke crisis stemt Frankrijk ermee in om zijn plaats in de Raad weer in te nemen als daar tegenover staat dat de unanimiteitsregel gehandhaafd blijft wanneer er "zeer belangrijke belangen" op het spel staan: het "compromis van Luxemburg".

1968

1 juli

De laatste douanerechten tussen de lidstaten op industrieproducten worden afgeschaft, achttien maanden eerder dan gepland, en er wordt een gemeenschappelijk douanetarief ingevoerd.

1969

1-2 december

Tijdens een topconferentie in Den Haag besluiten de regeringsleiders en staatshoofden van de EEG om de Europese integratie in een volgende fase te brengen, wat de weg vrijmaakte voor de eerste uitbreiding.

1970

22 april

In Luxemburg wordt een verdrag ondertekend dat het mogelijk maakt om de Europese Gemeenschappen geleidelijk uit "eigen middelen" te gaan financieren en dat het Europees Parlement meer controlebevoegdheden geeft.

1972

22 januari

In Brussel worden de Verdragen tot toetreding van Denemarken, Ierland, Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk ondertekend.

1973

1 januari

Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk treden toe, waarmee het aantal leden uitgroeit tot negen. Noorwegen treedt niet toe, omdat de meerderheid van de bevolking in een referendum tegen het lidmaatschap heeft gestemd.

1974

9-10 december

Tijdens een topconferentie in Parijs besluiten de regeringsleiders en staatshoofden van de negen lidstaten om drie keer per jaar als Europese Raad bijeen te komen. Ook hechten zij hun goedkeuring aan rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement en besluiten zij tot de oprichting van het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling.

1975

28 februari

In Lomé ondertekenen de EEG en 46 landen in Afrika, het Caraïbisch gebied en de Stille Oceaan (de ACS-landen) de eerste Overeenkomst van Lomé.

22 juli

Een verdrag wordt ondertekend dat de begrotingsbevoegdheid van het Europees Parlement uitbreidt en de Europese Rekenkamer opricht. Het wordt op 1 juni 1977 van kracht.

1979

7-10 juni

De eerste rechtstreekse verkiezing van de 410 afgevaardigden van het Europees Parlement.

1981

1 januari

Griekenland wordt lid van de Europese Gemeenschappen en brengt het aantal lidstaten daarmee op tien.

1984

14-17 juni

De tweede rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement.

1985

7 januari

Jacques Delors wordt voorzitter van de Europese Commissie (1985-1995).

14 juni

Het Schengen-akkoord wordt ondertekend, gericht op afschaffing van de controles bij het passeren van de grens tussen lidstaten van de Europese Gemeenschappen.

1986

1 januari

Spanje en Portugal worden lid van de Europese Gemeenschappen en brengen het aantal lidstaten daarmee op twaalf.

17 en 28 februari

De Europese Akte wordt in Luxemburg en Den Haag ondertekend en wordt op 1 juli 1987 van kracht.

1989

15 en 18 juni

De derde rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement.

9 november

De Berlijnse muur valt.

1990

3 oktober

Duitsland wordt herenigd.

1991

9-10 december

De Europese Raad van Maastricht neemt het Verdrag betreffende de Europese Unie aan en legt daarmee de basis voor een gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, nauwere samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken, en de oprichting van een Economische en Monetaire Unie met één enkele munteenheid.

1992

7 februari

In Maastricht wordt het Verdrag betreffende de Europese Unie ondertekend. Het wordt op 1 november 1993 van kracht.

1993

1 januari

De interne markt wordt opgericht.

1994

9 en 12 juni

De vierde rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement.

1995

1 januari

Oostenrijk, Finland en Zweden worden lid van de Europese Unie en brengen het aantal lidstaten daarmee op vijftien. Noorwegen treedt opnieuw niet toe, omdat de meerderheid van de bevolking in een referendum tegen het lidmaatschap heeft gestemd.

23 januari

Een nieuwe Europese Commissie treedt in functie (1995-1999), met Jacques Santer als voorzitter.

27-28 november

Tijdens de Euro-mediterrane conferentie in Barcelona wordt het partnerschap tussen de Europese Unie en de landen aan de zuidkust van de Middellandse Zee gelanceerd.

1997

2 oktober

Het Verdrag van Amsterdam wordt ondertekend. Het wordt op 1 mei 1999 van kracht.

1998

30 maart

Voor Cyprus, Malta en nog tien andere kandidaat-lidstaten in Midden- en Oost-Europa start het toetredingsproces.

1999

1 januari

Start van de derde fase van de EMU: de munteenheden van elf lidstaten worden vervangen door de euro, die op de geldmarkten wordt gelanceerd, voor niet-contante betalingen. De Europese Centrale Bank wordt verantwoordelijk voor het monetaire beleid. Griekenland voegt zich bij deze elf landen in 2001.

10 en 13 juni

De vijfde rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement.

15 september

Een nieuwe Europese Commissie treedt in functie, met Romano Prodi als voorzitter (1999‑2004).

15 en 16 oktober

De Europese Raad van Tampere besluit van de EU een „ruimte van vrijheid, veiligheid en rechtvaardigheid” te maken.

2000

23-24 maart

De Europese Raad van Lissabon formuleert een nieuwe strategie voor het stimuleren van de werkgelegenheid in de EU, het moderniseren van de economie en het versterken van de sociale cohesie in een Europa met een kenniseconomie.

7-8 december

De Europese Raad van Nice bereikt een akkoord over de tekst van een Verdrag waarmee het besluitvormingssysteem van de Europese Unie wordt gewijzigd, zodat de Unie klaar is voor uitbreiding. De voorzitters van het Europees Parlement, de Europese Raad en de Europese Commissie proclameren het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.

2001

26 februari

Ondertekening van het Verdrag van Nice. Het wordt op 1 februari 2003 van kracht.

14-15 december

De Europese Raad van Laken neemt een verklaring aan over de toekomst van de Unie. Daarmee wordt het pad geëffend voor de ophanden zijnde grootscheepse hervorming van de Europese Unie en voor de oprichting van een conventie voor het opstellen van een Europese grondwet.

2002

1 januari

Bankbiljetten en muntstukken in euro worden in omloop gebracht in de 12 landen van de eurozone.

13 december

De Europese Raad van Kopenhagen bereikt overeenstemming over de toetreding van tien kandidaat-lidstaten (Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en de Tsjechische Republiek) tot de EU op 1 mei 2004.

2003

10 juli

De Conventie over de toekomst van Europa voltooit haar werkzaamheden aan de ontwerp-grondwet van de Europese Unie.

4 oktober

Start van de intergouvernementele conferentie die een ontwerp van grondwettelijk verdrag zal opstellen.

2004

1 mei

Cyprus, Estland, Hongarije, Letland, Litouwen, Malta, Polen, Slovenië, Slowakije en de Tsjechische Republiek worden lid van de Europese Unie.

10 en 13 juni

De zesde rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement.

29 oktober

De Europese Grondwet wordt te Rome aangenomen (deze zal door de lidstaten moeten worden bekrachtigd).

 

22 november

Een nieuwe Europese Commissie treedt in functie, met José Manuel Barroso als voorzitter.

2005

29 mei en 1 juni

In Frankrijk verwerpen de kiezers in een referendum de Grondwet, drie dagen later doen de kiezers in Nederland dit ook.

3 oktober

De toetredingsbesprekingen met Turkije en Kroatië worden aangevat.

2007

1 januari

Bulgarije en Roemenië treden toe tot de Europese Unie.

Slovenië voert de euro in

13 december

Het Verdrag van Lissabon wordt ondertekend Het zal in werking treden nadat alle EU-landen het hebben geratificeerd.

2008

1 januari

Cyprus en Malta voeren de euro in

Geprojecteerd beeld van een euro- munstuk © Reuters
In 1999 werd een nieuwe munt geboren toen de euro werd ingevoerd voor
niet-contante betalingen. Bankbiljetten en muntstukken kwamen er in 2002.

12 december

Zwitserland treedt toe tot het Schengengebied

2009

1 januari

Slowakije voert de euro in

4 - 7 juni

De zevende rechtstreekse verkiezingen voor het Europees Parlement.

Juridische kennisgeving | Nieuws | Index | Over EUROPA | FAQ | Zoeken | Contact | Naar boven